Stel je voor. Er is niks aan de hand, alles is lovey dovey, blij en gelukkig en dan ineens.. alsof er een demoontje op je schouder zit dat wakker wordt… begint het. Gewoon een irreële, gekke gedachte, zo lijkt het. Het kan van alles zijn. Hij liegt. Hij vindt me eigenlijk verschrikkelijk maar hij zegt het niet. Als hij straks weg gaat, dan komt hij nooit meer terug. Hij is online maar hij reageert niet, zou hij met een andere vrouw aan het whatsappen zijn? Was hij gisteren wel echt met vrienden? Je houdt jezelf nog even voor dat je die gekke gedachtes natuurlijk niet serieus neemt. Maar als een kras op de plaat blijven ze zichzelf herhalen in je hoofd. Hij wil je niet. Hij wil je niet. Hij wil je niet. En voor je het weet zit je in hyperfocus naar je iphone te staren, smachtend naar een blauw vinkje en een paar woorden waaruit blijkt dat er niks aan de hand is. Dat hij nog leeft en niet bij je is weggelopen. Verlatingsangst is a bitch.

Als hij nou maar blijft

Jarenlang heb ik gedacht dat verlatingsangst ging over de ander. Als hij nou maar blijft. Als hij me nou maar laat zien dat hij echt voor me gaat. Als hij me nou maar bevestiging geeft. En ergens is dat ook zo, maar dat is pas vers twee. Want in alle onderzoeken en boeken over hechtingsstijlen valt te lezen dat bindingsangst en verlatingsangst elkaar aantrekken. En vervolgens juist versterken. Iemand die snel benauwd wordt in een relatie en veel ruimte en afstand nodig heeft, zal dat niet vinden bij iemand die veel bevestiging nodig heeft en paniekerig en claimend kan reageren op die afstand. En andersom. Dus de wetenschap en de spiritualiteit zijn het voor de verandering met elkaar eens: angst trekt angst aan.

Laat maar kletsen

Het eerste kwartje viel toen ik begon te snappen dat mijn verlatingsangst over mij gaat. Dat er verschillende redenen zijn waardoor het is ontstaan en dat het heeft mee geholpen in het maken van angstige keuzes en het aantrekken van bindingsangstige-types. Maar dat het niet zal verdwijnen door iets van buitenaf, door een Prince Charming die alles goed zal maken. Als het demoontje op mijn schouder getriggerd wordt, terecht of onterecht, dan is het aan mij om daarmee te dealen. Ik kan hem aanhoren, aanvoelen en besluiten rustig te blijven en hem te laten kletsen. Ik hoef er niet naar te luisteren maar ik hoef er ook niet tot de tanden toe bewapend tegen te vechten. Want de ervaring leert dat hij dan alleen nog maar harder gaat schreeuwen. Ik hoor je, bedankt voor de waarschuwingen maar ga nu maar rustig je driepuntige staart oppoetsen dan ga ik ook weer even iets anders doen, oké?

Toen ik dat snapte begonnen de bindingsangstige-types te verdwijnen uit mijn leven. En kwam er ruimte voor de gewoon leuke-types. Die lieten me zien dat het eigenlijk heel normaal is dat afspraken worden nagekomen. En dat het niet normaal is om zomaar dagen of weken niks van je te laten horen. Want het gewoon leuke-type doet doorgaans wat hij zegt en zegt wat hij doet. Het hielp. De kras op de plaat werd langzaam weggepoetst en de muziek kon gewoon doorspelen.

Achter een muurtje

Maar nog steeds had ik de hardnekkige gewoonte om op veilige afstand af te wachten wat de ander zou doen, voor ik echt tevoorschijn durfde te komen. En toen las ik deze woorden van Marianne Williamson die in haar bestseller A return to love over de cursus in wonderen schrijft:

‘The choice to give what I havent recieved is always an available option.
A course in miracles teaches that: ʻOnly what you have not given, can be lacking in any situation.ʼ

Kiezen voor liefde in plaats van angst is iets actiefs, benadrukt zij nog maar weer eens. Geen kwestie van achter je veilige muurtje blijven zitten wachten tot je gered en bevrijd wordt. Je laat negativiteit, boosheid, paniek, oftewel angst zien. Of je laat liefde zien. In je woorden, je acties, je daden, je uitstraling. Dat wat je uitzendt, krijg je terug. Ik was altijd wantrouwend en wat ik kreeg, was onbetrouwbaarheid. Dus wat als ik nu eens het tegenovergestelde doe; loslaten en vertrouwen? Wat een fijn en sterk uitgangspunt. Ik kan me dus altijd afvragen wat ík kan inbrengen in een situatie, als ik me rot voel. In plaats van af te wachten of de ander het beter gaat maken. Of je nu veiligheid zoekt, of bevestiging, of gewoon peace of mind.. dan is dat wat je kunt geven. Door er alleen maar op te focussen of door iets liefs te zeggen, een knuffel te geven, iets te doen voor de ander. Wat het ook is dat voelt als de beste optie op dat moment.

Mijn demoontje is inmiddels met pensioen en daar was hij zelf ook wel aan toe want hij was aardig opgebrand. Er zit nu een heel leuk, slim en tevens sexy dametje op zijn plaats die me af en toe in mijn oor fluistert: ʻHet geeft niet dat je je rot voelt schat, is er misschien iets dat je zelf kunt doen om het beter te maken?ʼ Ze mag nog even blijven.