Jezelf niet durven binden en afstand nemen zodra iemand dichterbij komt, herken je dat? Het wordt je te benauwd, het voelt niet goed en je wil er vandoor. Of juist bang zijn om verlaten te worden en steeds toenadering en bevestiging zoeken. Een fijne relatie is iets waar veel mensen – happy singles daargelaten – naar verlangen.

En toch is het niet altijd een kwestie van zo gezegd, zo gedaan. Je loopt steeds tegen een partner op die zich niet echt aan je bindt (de welbekende foute man) en/of je merkt bij jezelf dat het maar niet lukt om rust en stabiliteit in een relatie te vinden. Hoe komt dat nou eigenlijk? Waarom gaat de liefde vaak samen met zo veel gedoe en angst?

Angst om de liefde volledig toe te laten of juist angst om haar kwijt te raken. Die dynamiek staat bekend als bindingsangst en verlatingsangst en Hannah Cuppen beschrijft dit heel helder in haar boek ‘Liefdesbang’. “Er bestaan geen foute mannen of vrouwen. Er bestaan slechts gewonde mensen”, zegt zij. Een diepe, en vaak oude, beschadiging ligt meestal ten grondslag aan relaties die in een patroon komen van aantrekken en afstoten. Een flinke kras op je hart die je liever niet wilt voelen. Het goede nieuws is dat, hoe moeilijk het soms ook lijkt, het zeker iets is waar je overheen kunt komen, wat je kunt helen. En daarbij helpt het om goed te begrijpen wat er speelt.

“Relaties veroorzaken geen pijn of ongeluk, ze brengen alleen de pijn en het ongeluk naar buiten die in jou zitten” – Eckhart Tolle


Wat is bindingsangst?

Bindingangst betekent dat je bang bent voor het aangaan van echte verbinding. Het is een patroon wat ooit ontstaan is om jezelf te beschermen in situaties waarin verbinding niet veilig was en gelijk stond aan pijn, bijvoorbeeld door afwijzing.
Zolang jij je vrijheid en autonomie behoudt is er niets aan de hand. Pas als je de verbinding met iemand aangaat en er meer nabijheid is dan je aan kan, wordt je pijn aangeraakt en omgezet in paniek. Angst – ipv liefde – wordt je raadgever. Vooral als er iets van je verwacht wordt of als er sprake is van een ‘voor altijd’ (samenwonen of kinderen krijgen), heb je het gevoel dat je niet meer vrij bent. Ook al is er geen direct gevaar, je schiet toch in de overlevingsreactie van vluchten. Het enige wat je kunt doen is jezelf hoog en droog in veiligheid brengen; je maakt het uit of bent opeens onbereikbaar.
Als je geliefde jouw pijn aanraakt ga je hem of haar associëren met deze gevoelens. Je gaat weg uit je gevoel: ‘hup’ je hoofd in. En opeens zijn er duizend redenen te bedenken waarom de ander niet zo leuk meer is. Ze lacht eigenlijk heel gek, zijn vriendenkring is heel stom… En jullie zijn eigenlijk ook gewoon veel te verschillend. Maar in essentie is de ander alleen maar een spiegel van wat er in jou leeft.

Bindingsangst gaat vaak samen met tegenstrijdige communicatie. Het ene moment is er toenadering, dan is er weer afstand. Ook alle opties open willen houden en een achterdeurtje in je relatie inbouwen hoort bij het patroon. Kritisch zijn, controle houden, liever bij je vrienden zijn dan bij je partner en echte commitment uit de weg gaan: het is allemaal onderdeel van dit levenslange wegrennen.

 

Wat is verlatingsangst?

Verlatingsangst is de andere kant van het spectrum. Ook hier speelt er een oud overlevingspatroon van zelfbescherming, ontstaan in een periode waarin liefde gelijk stond aan pijn. Alleen nu is er sprake van koste wat het kost voorkomen dat je verlaten wordt.

Als je verlatingsangst hebt lijk je in eerste instantie niet bang voor de liefde. Je bent juist heel intens op zoek naar verbinding en samenzijn en doet er alles aan om dit te behouden. Toch blijk je je juist vaak te willen verbinden met partners die dat heel moeilijk vinden. Mannen die onbereikbaar zijn of lijken. De getrouwde man, de flierefluiter, de workaholic, de man met bindingsangst.. Je overtuigt jezelf ervan dat je helemaal klaar bent voor de liefde maar de keuze van je partners laat eigenlijk iets anders zien.

Waar de partner met bindingsangst juist grenzen trekt en wegrent, wil jij juist het liefst samen zijn en ben je veel met de ander bezig. ‘Waar is ze? Wat doet hij? Wat zou ze denken? Vindt hij me nog wel leuk?’ In jouw angst om niet afgewezen te worden ligt het risico dat je eigen grenzen vervagen en dat je je aanpast aan de ander om het goed te houden. Je kunt jezelf volledig in een – nieuwe – relatie verliezen en vergeten hoeveel kracht je zelf hebt. Als het dan toch gebeurd dat de ander afstand neemt, ontstaat er een leegte die voor jou te pijnlijk is om te voelen. Je raakt in paniek of kiest ervoor de realiteit niet onder ogen te zien en blijft daardoor begrip houden. De versmelting met de ander geeft je een gevoel van (schijn)veiligheid en bevestiging.

Als een relatie uitgaat of de man met bindingsangst afstand zoekt, is het heel moeilijk voor je om hiervan los te komen. Je blijft lang vasthouden aan het verdriet en verlies van een partner. Je vergeet dat wat moeilijk was en verdrinkt in alle mooie herinneringen. En dan staat de ander weer voor de deur en lig je spontaan weer in zijn armen. Zelfs al had je je voorgenomen het deze keer écht anders te doen.
 
[thrive_leads id=’16975′]
 

Aantrekken en afstoten

Deze twee angsten zijn dus eigenlijk kanten van één en dezelfde medaille en werken bij iedereen een beetje anders. Het kan ook zijn dat ze in elkaar overlopen. Je bent bijvoorbeeld bang om verlaten te worden maar zodra je de zekerheid voelt dat dat niet zal gebeuren wordt het je te benauwd en schiet je in de bindingsangstmodus.

Hoe dan ook vraagt een relatie opbouwen, en dus de verbinding aangaan, dat je je openstelt en dat je kwetsbaar durft te zijn. Door een partner te kiezen die dit moeilijk vindt hoef je dit zelf ook niet te doen. Het is een veilige manier om zelf ook op afstand te blijven. Hoe verliefd je ook bent, als de ander niet bereikbaar is, maakt het je eigen angst om te verbinden duidelijk. Onbewust trek je aan wat je uitzendt, zo zit het universum in elkaar. Angst trekt dus angst aan.

In de praktijk blijkt het dan ook vaak dat partners met bindingsangst en verlatingsangst bij elkaar terecht komen. In de onbewuste hoop dat de ander het ‘goedmaakt’ en de pijn laat verdwijnen. Alleen, als de ander te dichtbij jouw pijn komt ontstaat er meestal weer afstand of een breuk. Je kunt elkaar makkelijk de schuld geven dat de ander je niet geeft wat je nodig hebt, namelijk ruimte of nabijheid. Je blijft elkaar aantrekken en afstoten in een relatie die gebaseerd is op elkaar nodig hebben, maar niet op echte verbinding. Verbinding, met de ander- en met jezelf, brengt je namelijk in contact met de pijn die je niet voelen wilt.

Hoe ontstaat angst voor de liefde?

Het gedrag wat je kunt scharen onder bindings- en/of verlatingsangst komt dus voort uit een dieper liggende oude pijn. Die is moeilijk onder ogen te komen en vaak ook helemaal niet zo makkelijk aanwijsbaar. Het is heel menselijk dat je jezelf manieren aanleert om weg te gaan van pijn, maar daarmee raak je dus ook jezelf een beetje kwijt.

Meestal is die oude pijn ontstaan toen je nog heel klein was en er iets misging in de allereerste relaties die je bent aangegaan; die met je ouders, of andere directe verzorgers. Het is voor je verdere leven en ontwikkeling heel belangrijk dat je je als baby veilig kan hechten aan je ouders. Als ouders, om wat voor reden dan ook, niet helemaal goed hebben kunnen inspelen op waar je als baby om vroeg kan er een ‘onveilige hechting’ ontstaan die je als klein kind en in je verdere leven met je meedraagt. En dit legt de basis van al je andere relaties. Maar het kan ook zijn dat je in eerdere liefdesrelaties gekwetst of verlaten bent en dat je de angst dat dat weer gebeurt meebrengt in nieuwe relaties.

 

Mildheid

Als je gaat onderzoeken hoe jouw patroon is ontstaan en hoe een situatie voor jou is geweest, kun je de neiging krijgen boos te worden op hoe het was of op de betrokken personen. Toch helpt het om met openheid en, als dat lukt, mildheid te kijken naar wat er is gebeurd. Het helpt misschien om te beseffen dat de ander heeft gedaan wat hij of zij op dat moment kon. Als eerste stap hierbij kun je de feitelijkheden in kaart brengen.

Het kan bijvoorbeeld zijn dat je moeder na de bevalling een heftige tijd doormaakte en jij dit als baby mee kreeg. Ook als je als kind veel in het ziekenhuis was (of om een andere rede niet thuis kon zijn) kun je je al jong verlaten hebben gevoeld. Of misschien hebben je ouders zelf nooit geleerd om in open, liefdevolle verbinding te zijn, om goed met hun eigen emoties om te gaan. (Het gebeurt dan ook vaak dat bepaalde patronen van generatie op generatie worden doorgegeven). Ook een ‘slecht’ patroon kan aanvoelen als een veilig patroon, omdat het een ‘bekend’ patroon is.

Toch, dit alles kan er op diverse manieren toe geleid hebben dat het voor jou niet veilig voelde om helemaal jezelf te zijn. Met al je emoties en alles wat bij jou hoort. Omdat je als kind natuurlijk volledig afhankelijk bent van de liefde van je ouders en je hun angst, verdriet of boosheid niet goed kan plaatsen, denk je al snel dat het jouw schuld is als je niet de liefde ontvangt die je nodig hebt. En dus ga je heel hard je best doen om het ‘goed te maken’. Je verlaat als het ware je eigen behoefte om die van je ouders te vervullen. En daar verlies je jezelf voor de allereerste keer.

Of het kan zo zijn dat je een aantal bindingsangstige partners hebt aangetrokken, die makkelijk wegliepen waardoor er bij jou verlatingsangst werd getriggerd. Bij elke ervaring wordt de angst weer een beetje groter en sterker.
Waar jouw angst en pijn vandaan komt kan een ingewikkelde vraag zijn. Je hoeft hier ook niet direct een eenduidig antwoord op te vinden. Probeer hoe dan ook je focus te houden op met compassie naar de situatie te kijken in plaats van op wat je is ‘aangedaan’. Het gaat er niet zozeer om wat er precies gebeurd is maar om jouw gevoel daarbij, toen en nu. In verbinding komen met jouw gevoel is de sleutel tot heling. En dit gebeurd tenslotte in het nu en niet in het verleden.

 

De belangrijkste vraag: wat kun je er aan doen?

Het kan behulpzaam zijn om voor jezelf in kaart te brengen welke patronen voor jou spelen en waar ze in grote lijnen vandaan komen. Hoe zag jouw jeugd er uit en welke dingen zie je nu steeds terugkomen in je leven en je relaties? Je hoeft er geen oordeel over te hebben. Jij bent ten slotte niet je ouders en je bent ook niet ‘het verhaal van jouw jeugd’ of van je relatieverleden. Hoe meer je hier aan vasthoudt en er de nadruk op legt, hoe meer je je juist gaat verbinden met die angst en deze onderdeel van je identiteit laat worden.

Er zijn hier slechts enkele algemene voorbeelden beschreven van het ontstaan van bindings- of verlatingsangst. Iedereen in dit patroon heeft een eigen, unieke reden die heeft geleidt tot het aanleren van het wegrennen van pijn. Je hier bewust van zijn is een eerste stap om dit te kunnen doorbreken. Je leeft tenslotte nu en je kunt dus ook nu, telkens weer opnieuw, de keuze maken om het anders te doen. Om anders te handelen dan je gewend bent, ookal voelt het veel vertrouwder om je niet open te stellen. De keuze om je echt met de ander te willen verbinden vraagt moed en lef. Het betekent namelijk je ten eerste – en vooral – echt met jezelf te verbinden. ‘Voor ik jou kon toelaten, moest ik eerst mezelf tegenkomen.’

Lees hier binnenkort meer over in de blogs Jezelf blijven in een relatie en Bang voor de liefde: hoe ga je daarmee om?

 

Bron: Hannah Cuppen, Liefdesbang